Ik ga Uw poorten binnen om U te danken,
en Uw voorhof om U te loven.
Ik dank U en prijs Uw heilige naam,
want U bent goed,
Uw liefde kent geen grenzen,
Uw trouw gaat van generatie op generatie. (1)
Ik breng met vreugde dank aan de Vader;
Hij heeft mij gered uit de macht van de duisternis en mij overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon,
die mij de verlossing heeft gebracht, de vergeving van mijn zonden. (2)
Ik aanvaard in dankbaarheid het onwanklebare
koningkrijk dat ik heb ontvangen, en dien God zo
dat Hij er behagen in schept, mett eerbied en ontzag. (3)
Onder alle omstandigheden dank ik U! (4)
Ik ben over niets bezorgd, maar ik vraag God wat ik nodig heb en dank Hem in al mijn gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, mijn hart en mijn gedachten in Christus Jezus bewaren. (5)
Ik laat in mijn hart de vrede van Christus heersen, want daartoe ben ik geroepen als een deel van het lichaam, en ik ben dankbaar.
Alles wat ik zeg en doe in de Naam van de Heer Jezus, doe ik terwijl ik God de Vader dank door Hem. (6)
Amen!
- Psalm 100:4-5 (WV)*
- Zie Kolossenzen 1:12-14 (NBV)*
- Hebreeën 12:28 (NBV)*
- 1 Thessalonicenzen 5:18a (NBV)*
- Filippenzen 4:6,7 (NBV)*
- Kolossenzen 3:15, 17 (NBV)*
* tekst gepersonaliseerd