Ik word door een menigte van geloofsgetuigen omringd, en leg alle last af en de zonde, die mij zo gemakkelijk verstrikt. En ik loop met volharding de wedloop die voor mij ligt, terwijl ik het oog gericht houd op Jezus, die nu zit aan de rechterhand van de troon van God. Ik laat tot mij doordringen hoe Hij standhield toen de zondaars zich zo tegen Hem verzetten, zodat ik de moed niet verlies en het niet opgeef. (1)
Goddelozen struikelen in onheil, maar al valt een rechtvaardige zevenmaal, hij staat weer op. (2) Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar als ik hoop op de HEER krijg ik nieuwe kracht: ik loop, maar word niet moe, ik ren, maar raak niet uitgeput. (3)
Ik ren als de atleet die wint, om een onvergankelijke erekrans te ontvangen. Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing. (4)
Ik wil de goede strijd strijden, de wedloop volbrengen en het geloof behouden. Dan wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar Zijn komst hebben uitgezien. (5)
- Zie Hebreeën 12:1-3 (HSV)
- Zie Spreuken 24:16 (HSV)
- Zie Jesaja 40:30-31 (NBV)
- Zie 1 Korinthiërs 9:24-27 (NBV)
- 2 Timotheüs 4:7-8 (NBV)*
* tekst gepersonaliseerd