Heer, ik verlang te zijn zoals Job; vroom en oprecht,
godvrezend en mij afkerend van het kwaad.(1)
Ik neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten
die spraken in de naam van de Heer.
Degenen die standhielden prijs ik gelukkig!
Ik heb gehoord hoe standvastig Job was,
en weet welke uitkomst de Heer gaf;
de Heer is immers liefdevol en barmhartig.(2)
Zolang mijn adem nog in mij is,
en het blazen van God in mijn neus,
zullen mijn lippen geen onrecht spreken,
en zal mijn tong geen bedrog uiten!
Ik zal aan mijn gerechtigheid vasthouden,
en zal haar niet loslaten.(3)
Al het goede aanvaarden we van God, zouden
we dan het kwade niet aanvaarden(4)
De HEERE heeft gegeven
en de HEERE heeft genomen;
de Naam van de HEERE zij geloofd!(5)
Ik weet: mijn Redder leeft,
en Hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
Ik zal Hem met eigen ogen zien,
heel mijn binnenste smacht van verlangen.(6)
- Zie Job 1:8 (HSV)
- Jakobus 5:10-11 (NBV)*
- Zie Job 27:3-6 (HSV)*
- Job 2:10b (NBV)
- Job 1:21b (HSV)
- Job 19:25, 27 (NBV)
* tekst gepersonaliseerd